Home » Kamervragen ondersteuning culturele sector

Kamervragen ondersteuning culturele sector

Publicatiedatum

30/04/2020

Aard

publicatie

Nummer BIK code

DGBI-O / 20111465

De minister en staatssecretaris van Economische Zaken hebben Kamervragen over de ondersteuning voor zelfstandigen en de culturele sector in het kader van de coronamaatregelen beantwoord. In hun antwoord geven de bewindslieden aan dat de generieke maatregelen van het kabinet ook gelden voor de culturele en creatieve sector. Daarnaast is voor de sector een extra bedrag van € 300 miljoen beschikbaar gesteld door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een deel hiervan wordt ingezet om leningen te verstrekken aan eigenaren van opengestelde rijksmonumenten via het Nationaal Restauratie Fonds.

 

Daarnaast zijn er coulancemaatregelen genomen, zoals het opschorten van de huur voor rijksgesubsidieerde musea. Het merendeel van de vragen is door tijdsverloop achterhaald, omdat deze vragen betrekking hebben op aanvullingen en aanpassingen van eerder genomen maatregelen, die inmiddels hebben plaatsgevonden.

 

De sector scheppende kunst valt niet onder de regeling Tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren (TOGS). Deze regeling is bedoeld om ondernemers die door de kabinetsmaatregelen direct zijn getroffen in hun bedrijfsvoering tegemoet te komen in hun vaste lasten. Beeldende kunsten, vormgeving en architectuur zijn geen ondernemingen die gedwongen zijn gesloten of dicht moeten door het verbod op het organiseren van evenementen. De SBI-code ‘scheppende kunst’, waar beeldende kunst onder valt, is zeer breed. Daaronder vallen diverse beroepsgroepen die hun werk kunnen blijven uitvoeren. Daarom is er voor gekozen deze SBI-code niet mee te nemen in de uitbreiding van de lijst met sectoren. De bewindslieden merken op dat het goed mogelijk is dat ondernemers die niet in aanmerking komen voor de TOGS een beroep kunnen doen op andere regelingen.

 

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

2513 AA DEN HAAG

 

Datum 24 april 2020

 

Betreft Beantwoording vragen over ondersteuning voor zelfstandigen en de

culturele sector

 

Ons kenmerk DGBI-O / 20111465

Uw kenmerk 2020Z05841

 

Geachte Voorzitter,

 

Hierbij bied ik u, mede namens de ministers van Financiën en Onderwijs, Cultuur

en Wetenschap (OCW), de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn

gesteld door de leden Kwint, Futselaar en Alkaya (allen SP) over ondersteuning

voor zelfstandigen en de culturele sector. De vragen zijn ingezonden op 31 maart

2020 (kenmerk 2020Z05841).

 

Hoogachtend,

Eric Wiebes

 

Minister van Economische Zaken en Klimaat

 

Mona Keijzer

Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

 

1

Bent u van mening dat met de brief waarin u antwoord geeft op de aangenomen

motie-Jetten c.s. voldoende recht gedaan is aan het verzoek van de Kamer,

namelijk het komen tot een steunpakket voor de culturele sector om de gevolgen

van de coronacrisis te kunnen dragen? Zo nee, met welke maatregelen bent u

voornemens nog verder te komen?

 

Antwoord

In de brief van de minister van OCW van 27 maart jl. is aangegeven dat de

generieke maatregelen van het kabinet ook van toepassing zijn op de culturele en

creatieve sector, voor zowel zelfstandigen als instellingen. Deze kabinetsbrede

maatregelen (vanuit de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en

Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)) bieden houvast voor bedrijven,

instellingen en werkenden in het culturele en creatieve veld. Relevante

voorbeelden zijn: de werktijdverkorting voor werknemers en werkgevers, de extra

ondersteuning voor zzp’ers, de belastingmaatregelen, verruiming en versoepeling

van de borgstelling midden- en kleinbedrijf, financiële ondersteuning via Qredits

en de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren Covid-19 (TOGS).

Daarmee worden banen behouden, worden zzp’ers en kleine ondernemingen

ondersteund en worden lasten verlaagd.

 

Daarnaast zijn er coulancemaatregelen genomen voor de door het rijk

gesubsidieerde instellingen. Voorbeelden van deze coulance maatregelen zijn: het

opschorten van huren van rijksgesubsidieerde musea. Voor instellingen die

onderdeel uitmaken van de Basisinfrastructuur of die gefinancierd worden vanuit

de Erfgoedwet geldt dat de deadline voor het indienen van de jaarverantwoording

over 2019 is verschoven van 1 april 2020 naar 1 juni 2020. Voor deze groep geldt

ook dat subsidies doorlopen. Bij de vaststelling van de subsidie voor de

Basisinfrastructuur 2017-2020 zal de subsidie niet worden gekort als

voorgenomen prestaties niet worden gehaald vanwege COVID-19. Gemeenten

hebben de minister van OCW laten weten deze maatregel te volgen. Daarnaast

hebben de instellingen in de Basisinfrastructuur al op korte termijn de beschikking

gekregen over hun subsidie voor het derde kwartaal van 2020, zodat zij over

meer liquide middelen beschikken en verplichtingen aan vooral freelancers en

zzp’ers kunnen nakomen.

 

De zes rijkscultuurfondsen nemen alle bovengenoemde coulancemaatregelen over

voor de instellingen die zij ondersteunen. Gemeenten, provincies en private

fondsen hebben toegezegd ook coulance te betrachten.

 

In de brief van de minister van OCW van 15 april jl. is aangegeven dat er

300 miljoen euro extra wordt uitgetrokken voor aanvullende ondersteuning van de

culturele en creatieve sector. Met deze steun worden instellingen die van vitaal

belang zijn voor de sector, door de financieel zware eerste maanden van de

coronacrisis heen geholpen. Om na de crisis weer geleidelijk te kunnen opstarten

is het bovendien ook nodig dat er nu wordt geïnvesteerd in nieuwe, aangepaste,

producties voor het volgende seizoen. Ook kan door deze aanvullende

ondersteuning de werkgelegenheid in deze sector zoveel mogelijk worden

behouden.

 

2

Herinnert u zich dat u in uw brief spreekt van onduidelijke communicatie over de

deadline tot wanneer evenementen niet door mogen gaan? Kunnen ondernemers

die door deze onduidelijkheid plotseling aansprakelijkheid dragen voor het

afzeggen van evenementen aanspraak maken op compensatie voor de geleden

schade door deze slechte overheidscommunicatie?

 

Antwoord

Het besluit tot 1 juni 2020 ziet op vergunnings- en meldplichtige evenementen.

Culturele activiteiten, zoals voorstellingen, tentoonstellingen en concerten, die niet

vergunnings- of meldplichtig zijn, vallen onder het maatregelenpakket dat tot en

met 28 april a.s. geldt. Het kabinet zal dit op 21 april opnieuw bekijken. Om de

ondernemers in de culturele sector te compenseren voor schade kunnen ook zij

gebruik maken van het noodpakket, waaronder de TOGS, TOZO en NOW en de

fiscale maatregelen. Maatregelen die vooralsnog gelden tot en met 28 april

kunnen voor activiteiten die een lange voorbereidingstijd kennen, zoals in de

culturele sector vaak het geval is, het einde van het seizoen impliceren. Het

kabinet begrijpt dat daar dan ook door de culturele sector naar gehandeld is en

dat er activiteiten zijn afgezegd voor langere periode – in eerste instantie – tot

1 juni 2020. Dat is vanuit het perspectief van de sector een logisch besluit

geweest.

 

3

Waarom kunnen kappers wel aanspraak maken op aanvullende steunmaatregelen,

maar bijvoorbeeld tatoeëerders of andere ondernemers met SBI-code 9609 niet?

Moeten deze ondernemers niet ook vanwege het directe fysieke contact met hun

klanten de deuren nu sluiten? Bent u bereid deze omissie te repareren?

 

Antwoord

Op dinsdag 7 april jl. is de uitbreiding met non-food retail en nog een tweede

uitbreiding aan uw Kamer gecommuniceerd. SBI-code 9609, waar tatoeëerders

onder vallen, is in deze uitbreiding opgenomen. De volledige lijst met SBI-codes

die in aanmerking komen voor de TOGS wordt met terugwerkende kracht in de

Staatscourant gepubliceerd.

 

4

Herkent u de zorgen van uitbaters van bijvoorbeeld monumenten dat zij niet

alleen de toegangsprijzen missen, maar ook bijvoorbeeld klandizie in hun

klantenshops, horeca, rondleidingen enz.? Bent u bereid om met het veld in

gesprek te gaan om te kijken hoe aanvullende compensatie soelaas kan bieden?

 

Antwoord

De minister van OCW herkent de zorgen van monumenteneigenaars die niet

alleen de inkomsten van de kaartverkoop missen maar ook andere inkomsten uit

zakelijke verhuur, horeca en winkels. In de uitbreiding van de TOGS-regeling, die

middels de Kamerbrief van dinsdag 7 april jl. aan de Kamer is gecommuniceerd, is

monumentenzorg dan ook opgenomen. In de brief van de minister van OCW van

15 april jl. is aangegeven dat er 300 miljoen euro extra wordt uitgetrokken voor

aanvullende ondersteuning van de culturele en creatieve sector. Een deel van

deze additionele middelen wordt ingezet voor het verhogen van de leenfaciliteit

voor monumenteneigenaren van opengestelde rijksmonumenten via het Nationaal

Restauratie Fonds.

 

5

Welke mogelijkheden zijn er voor zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) die in

de loop der jaren hun werkveld hebben verlegd, maar nog altijd bij de Kamer van

Koophandel een oude SBI-code hebben? Kunnen zij wanneer ze kunnen aantonen

ander werk te doen alsnog in aanmerking komen voor ondersteuning?

 

Antwoord

Ondernemers die, op basis van hun hoofdactiviteit, menen in aanmerking te

komen voor een tegemoetkoming, maar zien dat zij geregistreerd staan onder een

verkeerde SBI-code, kunnen dit melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend

Nederland (RVO.nl). RVO.nl zal deze verzoeken dan bekijken op redelijkheid en

billijkheid.

 

6

Waarom is de eis dat het huisadres niet het adres van het bedrijf mag zijn als

voorwaarde toegevoegd? Erkent u dat voor heel veel zelfstandigen in de culturele

sector (maar ook daarbuiten) hun huisadres een heel logische vestigingsplaats

voor hun onderneming is? Bent u bereid om deze voorwaarde te schrappen?

 

Antwoord

De tegemoetkoming via de TOGS is bedoeld om ondernemers te ondersteunen die

te maken hebben met omvangrijke, terugkerende vaste lasten, bijvoorbeeld door

de huur van een bedrijfspand. Natuurlijk kunnen er gevallen zijn die tussen wal en

schip vallen bij het strak hanteren van de vestigingsvereiste. Om dat te

voorkomen is in de brief die op 7 april jl. aan uw Kamer is gestuurd, toegelicht dat

we aan de hand van sectorspecifieke criteria ondernemers met significante,

periodiek terugkerende vaste lasten, terwijl zij ingeschreven staan op het

huisadres, tegemoet komen. Hiervoor zal van deze ondernemers een aanvullende

verklaring worden gevraagd. Uit deze verklaring moet blijken dat de

bedrijfsactiviteiten van de aanvrager een zekere minimale omvang hebben. Dit

kan in ook gelden voor de zelfstandige uit de culturele sector. Maar in de gevallen

waar dat niet zo is, is de kans groot dat die als zzp’er een beroep kan doen op

andere regelingen zoals de TOZO.

 

7

Wat was uw overweging om bijvoorbeeld grote sectoren zoals beeldende kunsten,

vormgeving en architectuur niet toe te voegen aan de culturele sectoren waar

specifieke steun voor wordt aangeboden? Bent u bereid dit alsnog te overwegen?

 

Antwoord

Indien hiermee wordt gedoeld op de TOGS:

Het doel van de TOGS is om ondernemers, die een dominant effect zien op hun

bedrijfsvoering door het wegblijven van de consument als direct gevolg van de

kabinetsmaatregelen, snel ondersteuning te bieden in de dekking van hun vaste

kosten, zoals de huur van een bedrijfspand. In eerste instantie is bij het bepalen

van de doelgroep gekeken naar sectoren die direct getroffen waren door de

volgende drie overheidsmaatregelen: gedwongen sluiting van bepaalde bedrijven,

het verbod op het organiseren van bijeenkomsten en evenementen en het

negatieve reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken. In de

beleidsregel die met terugwerkende kracht op 27 maart 2020 in werking trad, is

een overzicht gegeven van sectoren die in aanmerking voor de TOGS komen.

Beeldende kunsten, vormgeving en architectuur waren hier niet in opgenomen,

omdat dit geen ondernemingen betreft die door de kabinetsmaatregelen

gedwongen moeten sluiten, of dicht moeten door het verbod op het organiseren

van evenementen.

 

De SBI-code ‘scheppende kunst’, waar beeldende kunst onder valt, is ontzettend

breed. Zo vallen onder deze code ook journalisten, bloggers en schrijvers, die in

principe hun werk kunnen blijven uitvoeren. Daarom is er voor gekozen deze SBI

ook niet mee te nemen in de uitbreiding van de lijst met sectoren die op 7 april jl.

aan de Kamer is gecommuniceerd. Daarnaast is er voor gekozen architectuur en

vormgeving niet op te nemen in de uitbreiding van de lijst met sectoren omdat zij

niet direct door de kabinetsmaatregelen getroffen zijn of directe toeleveranciers

zijn van de getroffen sectoren. In de uitbreiding zijn overigens wel opgenomen:

filmproductie en productie van televisieprogramma's, fotografie, facilitaire

activiteiten voor film- en televisieproductie, distributie van films en

televisieproducties, maken en uitgeven van geluidsopnamen, openbare

bibliotheken, kunstuitleencentra en openbare archieven.

Tot slot heeft het kabinet tot een breed pakket aan maatregelen besloten om

ondernemers en bedrijven op verschillende manieren te ondersteunen, met

bijvoorbeeld een voorziening gericht op het doorbetalen van lonen aan

werknemers, een regeling voor zzp’ers, het vergemakkelijken van

kredietverstrekking door de banken en meer. Het is dus goed mogelijk dat

ondernemers die weliswaar niet in aanmerking komen voor de TOGS, wel een

beroep kunnen doen op andere regelingen.

 

8

Vallen poppodia ook onder de regelingen voor theaters en schouwburgen? Geldt

dit ook voor festivals? Zo nee, deelt u dan de zorgen dat dit tot een kaalslag in de

popmuziek sector kan leiden?

 

Antwoord

Op basis van hun hoofdactiviteit kunnen festivalorganisatoren in aanmerking

komen voor de TOGS. Festival organisatoren heb geen eigen SBI-code maar

vallen hoofdzakelijk onder de SBI ‘dienstverlening uitvoerende kunst’ of onder

‘producenten podiumkunsten’. Deze SBI-codes vallen al binnen de TOGS-regeling.

Ook poppodia hebben geen eigen SBI-code. Op basis van hun hoofdactiviteit

zouden ook zij in aanmerking moeten komen voor de TOGS omdat zij gedwongen

dicht moeten. Hoofdzakelijk vallen poppodia onder SBI-code 9002 ‘dienstverlening

voor uitvoerende kunsten’ welke al is opgenomen in de TOGS-regeling.

 

9

Bent u bereid om, wanneer blijkt dat dit pakket niet afdoende is om grote schade

aan de culturele sector te voorkomen, alsnog te komen tot een garantiefonds voor

makers en instellingen? Zo nee, waarom niet.

 

Antwoord

In de brief van de minister van OCW van 15 april jl. is aangegeven dat er

300 miljoen euro extra wordt uitgetrokken voor aanvullende ondersteuning van de

culturele en creatieve sector. Met deze steun worden instellingen die van vitaal

belang zijn voor de sector, door de financieel zware eerste maanden van de

coronacrisis heen geholpen. En hiermee worden ze ook in staat gesteld te

investeren in het komende culturele seizoen. Ook kan door deze aanvullende

ondersteuning de werkgelegenheid in deze sector zoveel mogelijk worden

behouden.

 

10

Waarom is besloten om de non-food retail niet mee te nemen in de regeling

Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren, terwijl hier ook grote verliezen

worden gemaakt door de Corona-crisis, onder andere door het advies van de

overheid om zoveel mogelijk thuis te blijven?

 

Antwoord

Het doel van de TOGS is om ondernemers, die een dominant effect zien op hun

bedrijfsvoering door het wegblijven van de consument als direct gevolg van de

kabinetsmaatregelen, snel ondersteuning te bieden in de dekking van hun vaste

kosten, zoals de huur van een bedrijfspand. Bij de oprichting is aangegeven dat

indien blijkt dat deze maatregel niet toereikend is, in een latere fase besloten kan

worden om meer sectoren voor de eenmalige tegemoetkoming in aanmerking te

laten komen. In eerste instantie is bij het bepalen van de doelgroep gekeken naar

sectoren die direct getroffen waren door de volgende drie overheidsmaatregelen:

gedwongen sluiting van bepaalde bedrijven, het verbod op het organiseren van

bijeenkomsten en evenementen en het negatieve reisadvies van het ministerie

van Buitenlandse Zaken.

 

Na analyse van de sinds 27 maart jl. gedane aanvragen voor de TOGS en de

recente acute, negatieve ontwikkelingen van de winkelomzetten, heeft het kabinet

op 28 maart jl. aangekondigd dat ondernemers in de non-food retail (inclusief

non-food markthandel) vanaf 30 maart 2020 ook aanspraak kunnen maken op de

eenmalige tegemoetkoming, mits ze aan de overige gestelde vereisten voldoen.

Ondernemers in de sector non-food retail kunnen weliswaar openblijven, maar

zien hun inkomsten sterk teruglopen als direct gevolg van de kabinetsaanwijzing

om 1,5 meter afstand te houden en zoveel mogelijk thuis te blijven. Het betreft

eveneens bedrijven die direct getroffen worden door het wegblijven van

consumenten als gevolg van de kabinetsaanwijzingen.

 

11

In hoeverre valt het advies van de premier ‘blijf zoveel mogelijk thuis’ te rijmen

met de uitspraak van de staatssecretaris van Economische Zaken “Je mag naar

een winkel gaan, dus doe dat dan ook”?

 

Antwoord

De minister-president en de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

staan beiden achter de aanpak om de coronacrisis te bestrijden. Zoveel mogelijk

thuisblijven is één van de aanwijzingen van het kabinet om dit te bewerkstelligen.

Daarnaast is het toegestaan om naar de winkel te gaan, mits er wordt voldaan

aan de 1,5 meter afstandseis.

 

12

Mocht het kabinet besluiten tot verder beperkende maatregelen voor bedrijven,

bijvoorbeeld sluiting van de non-food retail, zal de regeling Tegemoetkoming

ondernemers getroffen sectoren dan worden uitgebreid tot deze sectoren?

 

Antwoord

Het doel van de TOGS is om ondernemers die een dominant effect zien op hun

bedrijfsvoering door het wegblijven van de consument als direct gevolg van de

kabinetsmaatregelen, snel ondersteuning te bieden in de dekking van hun vaste

kosten, zoals de huur van een bedrijfspand. Mochten er aanvullende maatregelen

komen van het kabinet, dan moet er worden bezien wat de beste oplossing is om

ondernemers verder te ondersteunen.

 

13

Indien bovenstaande groepen uitgebreidere ondersteuning via onder meer de

regelingen NOW en het noodloket krijgen, zoals voorgesteld in deze vragen, is de

afgelopen donderdag door de Kamer geaccordeerde suppletoire begroting dan

voldoende? Zo nee, hoeveel geld dient dan extra te worden toegevoegd?

 

Antwoord

Het kabinet volgt de ontwikkelingen bij bovenstaande groepen nauwlettend. Er is

nu een noodpakket met maatregelen ter ondersteuning van de economie en

banen gecommuniceerd. Het kabinet heeft vertrouwen in deze maatregelen. Dit

laat onverlet dat de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Als de situatie zich

voordoet dat meer maatregelen of uitbreidingen nodig zijn, zal uw Kamer daar

vanzelfsprekend van op de hoogte worden gesteld. Budgettaire verwerking kan

dan gevraagd worden middels een suppletoire begroting.