Home » Uitbreiding doelgroep Tozo

Uitbreiding doelgroep Tozo

Publicatiedatum

25/04/2020

Aard

publicatie

Nummer BIK code

2020-0000058604

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld dat de doelgroep van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) wordt uitgebreid. Toegevoegd worden zelfstandigen in grenssituaties en zelfstandige AOW-gerechtigden.

 

Zelfstandigen in grenssituaties

Ook de in Nederland wonende zelfstandige ondernemer met een bedrijf in een andere EU-lidstaat kan een beroep doen op de Tozo als voorziening in zijn levensonderhoud. De ondernemer die in een andere EU-lidstaat woont en een bedrijf in Nederland heeft, kan met een beroep op de Tozo in aanmerking komen voor een lening voor bedrijfskapitaal. Voor levensonderhoud dient deze ondernemer zich te melden in zijn woonland. De staatssecretaris wil één gemeente aanwijzen waar deze groep ondernemers de aanvraag kan indienen voor bedrijfskapitaal. 

 

AOW-gerechtigde zelfstandigen

AOW-gerechtigde zelfstandigen kunnen met een beroep op de Tozo in aanmerking komen voor een lening voor bedrijfskapitaal. Tot nu toe was deze groep ondernemers uitgesloten van de Tozo.

 

Verrekening van inkomsten met de Tozo

Alleen inkomen dat betrekking heeft op de periode waarover Tozo wordt aangevraagd zal worden verrekend met de uitkering. Bij inkomen uit arbeid gaat het om de periode waarin de arbeid is verricht. Met een factuur voor werk in februari, die betaald wordt in maart, wordt geen rekening gehouden bij het bepalen van de Tozo-uitkering.

 

De grenswerkers en AOW-gerechtigde zelfstandigen kunnen een beroep doen op de Tozo nadat de aangepaste ministeriële regeling is gepubliceerd.

 

 Tekst

 

De voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 1A

2513 AA Den Haag

 

 

Datum 24 april 2020

 

Betreft Uitbreiding doelgroep Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers

 

Onze referentie 2020-0000058604

 

 

Tijdens het WGO van 14 april jl. heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de mogelijkheden om zelfstandigen in grenssituaties te ondersteunen. Hierbij informeer ik u over de uitkomsten daarvan. Daarnaast laat ik u weten hoe ik uitvoering geef aan de motie van het lid Van Brenk over de mogelijkheden voor ondersteuning van zelfstandig ondernemers met de AOW-gerechtigde leeftijd1 en de motie van het lid van Weyenberg c.s. over de verrekening van inkomsten met de Tozo-uitkering2.

 

Zelfstandigen in grenssituaties

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is thans zo vormgegeven dat een zelfstandige in aanmerking kan komen als hij in Nederland woonachtig is én zijn bedrijf in Nederland gevestigd is. Zoals ik in de antwoorden op Kamervragen over de Tozo, d.d. 10 april 2020, heb aangegeven kunnen zich echter grensgevallen voordoen. Er zijn bijvoorbeeld zelfstandigen die in Nederland wonen, maar hun bedrijf in Duitsland of België hebben gevestigd of andersom. Ook deze zelfstandigen kunnen behoefte hebben aan financiële ondersteuning. Daarom heb ik besloten om de doelgroep van de Tozo uit te breiden.

 

Daartoe zal ik per ministeriële regeling regelen, dat de zelfstandige die in Nederland woont en een bedrijf in een andere EU-lidstaat heeft bijstand voor levensonderhoud kan krijgen op grond van de Tozo. Deze zelfstandige is ten aanzien van financiële ondersteuning voor het bedrijf aangewezen op de regeling van het land waar het bedrijf gevestigd is. Daarnaast wordt geregeld dat de zelfstandige die in een andere EU-lidstaat woont en een bedrijf in Nederland heeft bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan krijgen. Deze zelfstandige is voor levensonderhoud aangewezen op de sociale bijstand in het woonland. Uiteraard geldt dat de zelfstandige ook aan de overige voorwaarden voor de Tozo moet voldoen.

 

Een belangrijk aspect hierbij is de uitvoering. Uit overleg met de VNG is gebleken dat deze uitbreiding uitvoerbaar is. Voor de zelfstandig ondernemer woonachtig in Nederland is het logisch dat hij een aanvraag indient bij de gemeente waar hij woont. Voor de zelfstandige die geen woonplaats heeft in Nederland, moet worden bepaald bij welke gemeente een aanvraag kan worden ingediend voor bedrijfskapitaal. Het ligt in de rede deze aanvragen te concentreren bij één, nog aan te wijzen gemeente. Daarmee kan de verstrekking op een efficiënte en eenduidige manier worden georganiseerd.

 

AOW-gerechtigde zelfstandigen

Naar aanleiding van de motie van het lid Van Brenk heb ik onderzocht of het verstrekken van bedrijfskapitaal ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan zelfstandig ondernemers met de AOW-gerechtigde leeftijd uitvoerbaar is voor gemeenten. De VNG heeft aangegeven dat gemeenten dit goed kunnen uitvoeren. Deze uitbreiding van de doelgroep van de Tozo voor bedrijfskapitaal zal ik regelen in de genoemde ministeriële regeling.

 

Verrekening van inkomsten met de Tozo

In de motie van het lid van Weyenberg c.s. wordt mij verzocht om bij het berekenen van de Tozo-uitkering alleen inkomsten te verrekenen voor werk dat verricht is in de periode waarover Tozo wordt aangevraagd en betalingen van facturen voor eerder verricht werk buiten beschouwing te laten. Hieraan heb ik gevolg gegeven. Alleen inkomen dat betrekking heeft op de periode waarover Tozo wordt aangevraagd wordt in aanmerking genomen. Bij inkomen uit arbeid is de periode waarop het inkomen betrekking heeft de periode waarin de arbeid, waaruit dat inkomen is verkregen, is verricht. Een factuur die betaald wordt in maart, maar waarvan het werk is verricht in februari, wordt dus niet betrokken bij het berekenen van de Tozo-uitkering.

 

Ik verwacht de ministeriële regeling met de hierboven genoemde uitbreidingen van de doelgroep volgende week te kunnen publiceren. De grenswerkers en AOW-gerechtigde zelfstandigen kunnen daarna een beroep doen op (onderdelen van) de Tozo.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

T. van Ark

 

1 Kamerstukken II 2019/20, 35430, nr. 20.

2 Kamerstukken II 2019/20, 35430, nr. 14.